Ontucht c.q. feitelijke aanranding

Onder ontuchtige handelingen moeten worden verstaan alle handelingen met een seksuele strekking die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Het is meer een verzamelnaam voor seksueel ongewenst gedrag. Ontucht wordt in de wet ook wel feitelijke aanranding genoemd, in die zin dat het dwingen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen als feitelijke aanranding van de eerbaarheid wordt gekwalificeerd.

Wetswijziging strafbaarstelling ontucht / aanranding per 1 juli 2024

Belangrijk om te weten is dat de zedenwetgeving per 1 juli 2024 is gewijzigd. Met name voor de strafbaarstelling van ontucht / feitelijke aanranding heeft dat gevolgen gehad. De strafbaarstelling is sindsdien uitgebreid. Het oude artikel voor ontucht / feitelijke aanranding was artikel 246 SR: “Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen, wordt, als schuldig aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.” Hier ging het steeds om dwang, dat was vereist voor een bewezenverklaring:
  1. De eerste noodzakelijke voorwaarde voor de dwang in de zin van artikel 246 Sr was de onvrijwilligheid. Daarbij gaat het om de ten tijde van de ontuchtige handelingen door het slachtoffer besefte onvrijwilligheid. Dwang moest als dwang worden ervaren en wel op het moment van handelen zelf. Hieruit volgt dat van onvrijwilligheid geen sprake kan zijn als het meisje de ontuchtige handelingen op dat moment niet heeft gemerkt. Wie niets heeft gemerkt, kan ook niet zijn gedwongen. Ook niet als het slachtoffer, pas achteraf kennis nemend van die ontuchtige handelingen, verklaart deze niet te hebben gewild. Daarnaast was vereist dat de onvrijwilligheid gericht was op de ontuchtige handelingen. Het slachtoffer moet de seksuele handelingen (de ontucht) niet gewild hebben.
  2. Tweede voorwaarde om van dwang in de zin van artikel 246 Sr te kunnen spreken was de onvermijdelijkheid. Daarvan is sprake als het slachtoffer redelijkerwijs niets anders kon doen dan de handelingen te dulden en zij zich niet of alleen heel moeilijk aan de situatie kon onttrekken. Dwangmiddelen moeten van een voldoende kaliber zijn om van dwang te kunnen spreken.
  3. Derde voorwaarde voor de dwang was het opzet van verdachte op de dwang. Van dwingen kan slechts sprake zijn als verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer de ontuchtige handelingen tegen haar wil heeft ondergaan. Ook bij voorwaardelijk opzet, waarbij verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer de handelingen tegen haar wil ondergaat, is er sprake van opzet op de dwang.
Artikel 246 Sr noemde als dwangmiddelen niet alleen geweld en bedreiging met geweld, maar ook (bedreiging met) ‘andere feitelijkheden’. Een voorbeeld van zo’n feitelijkheid is psychisch of fysiek overwicht. Volgens vaste jurisprudentie kan het bestaan van dwang echter niet enkel worden afgeleid uit het bestaan van een afhankelijkheidsrelatie en daarmee verband houdend psychisch overwicht. Zo’n afhankelijkheidsrelatie en psychisch overwicht zegt iets over de beïnvloedbaarheid, maar zegt op zichzelf niets over de mate waarin het slachtoffer onvrijwillig handelt. Wil men daarover meer duidelijkheid krijgen dan moet worden gekeken naar factoren die binnen die afhankelijkheidsrelatie eenduidig wijzen op onvrijwilligheid. Uit de gebezigde bewijsmiddelen zal duidelijk moeten blijken dat deze door het slachtoffer op het moment van handelen van de verdachte als dwingend zijn ervaren. In de Memorie van Toelichting bij de wetswijziging lezen we dat het oude artikel 246 SR de actuele maatschappelijke opvattingen over de strafbaarheid van seksueel geweld.onvoldoende weerspiegelde. Hier stond niet de wederkerigheid van seksueel contact centraal, maar het dwingen van de ander. Het beeld dat uit de oude jurisprudentie over aanranding en verkrachting naar voren kwam was dat de juridische drempel voor strafbaarheid soms niet werd gehaald, terwijl wel sprake was van onvrijwilligheid aan de zijde van het slachtoffer. Voor een bewezenverklaring van dwang in de zin van art. 246 Sr was, zoals hiervoor geschetst, vereist dat vast kwam te staan dat de verdachte opzettelijk had veroorzaakt dat het slachtoffer seksuele handelingen tegen de (kenbare) wil onderging. Bewezen diende te worden dat de seksuele handelingen voor het slachtoffer niet of nauwelijks te vermijden waren geweest. Hiervoor was enige vorm van verzet nodig of ten minste een bij het slachtoffer bestaande handelingsonvrijheid die de afwezigheid van verzet verklaarde, zoals onvrijheid veroorzaakt door geweld of een bedreigende sfeer. Bovendien moest kunnen worden bewezen dat het opzet van de dader was gericht, ten minste in voorwaardelijke vorm, op zowel de onvrijwilligheid als de onvermijdbaarheid aan de zijde van het slachtoffer. Een kenbaar ‘nee’ van een slachtoffer werd voor bewezenverklaring niet zonder meer voldoende geacht. Dit gold evenzeer voor situaties waarin een slachtoffer fysiek bevroor van angst en zich daardoor niet kon uiten of verzetten. Dit is nu anders. Waar bij het oude delict feitelijke aanranding uitgaan van strafbaarheid bij het “doorbreken” van de wil van de ander, vangt zij in de nieuwe delicten aan bij het ontbreken van de wil bij de ander tot seksueel contact. Een “nee” is een “nee”. Als hieraan geen gehoor wordt gegeven, worden grenzen overschreden en is sprake van strafwaardig gedrag. Dit is ook het geval als een “nee” niet helder wordt uitgesproken, maar de ontbrekende wil wel uit de uiterlijk waarneembare feiten of omstandigheden kan worden afgeleid. Dit betekent niet dat elk verrichten van seksuele handelingen zonder expliciete, vooraf gevraagde goedkeuring strafbaar wordt. Evenmin wordt iedere onbeantwoorde flirt, onhandige date of spijt achteraf strafbaar. Voorwaarde voor strafrechtelijke aansprakelijkheid is dat iemand een verwijt van zijn handelen of nalaten kan worden gemaakt. Hiervoor is allereerst vereist dat op het moment dat de seksuele handelingen plaatsvinden de wil daartoe bij de ander ontbreekt. Wanneer er op dat moment duidelijk waarneembare signalen zijn dat de wil tot seksueel contact bij die ander ontbreekt en de verdachte het seksueel contact toch aanvangt of voortzet, kan sprake zijn van een opzettelijk handelen (opzetvariant van aanranding) of van zeer onachtzaam handelen (schuldvariant van aanranding).

Nieuwe delicten aanranding

Artikel 246 Sr (oud) is inmiddels vervangen door 3 nieuwe delicten: Met deze nieuwe delicten wordt in de strafwet uitdrukking gegeven aan de sociale norm dat seks vrijwillig en gelijkwaardig behoort te zijn en dient te berusten op wederzijds goedvinden

Wat is nu aanranding?

Of bepaalde handelingen als ontuchtig moeten worden aangemerkt is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, en dient telkens in de context van de gedragingen te worden beantwoord. Getoetst wordt allereerst of de handelingen een seksuele strekking hebben gehad, en als dat zo was, of de handelingen in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Soms kunnen bepaalde handelingen wellicht als grensoverschrijdend worden aangemerkt, maar hoeven deze handelingen niet perse (ook) ontuchtig te zijn. Zo heeft de Hoge Raad op 31 mei 2011 bepaald dat het kussen van een ander op de wang, en het aanraken en wrijven over andermans been niet ontuchtig was. Zie ook: frikandel in anus gestopt (Gerechtshof Leeuwarden: vrijspraak, in reactie op ECLI:NL:RBLEE:2008:BF7034) N.B. uitzonderingen: ontucht zonder seksuele bijbedoeling
  • Gerechtshof Amsterdam, 9 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:1778

Bewijs aanranding

Voor een veroordeling voor schuldaanranding en opzetaanranding is niet nodig dat er bewijs is van dwang. Er hoeft dus niet meer bewezen te worden dat een slachtoffer zich heeft verzet of zich niet kon onttrekken aan de seksuele handelingen. Evenmin hoeft te worden bewezen dat het opzet van de verdachte hierop gericht was. Het zal in dit soort zaken met name gaan over de vraag of het bewijs aanwijzingen oplevert voor feiten en omstandigheden die duiden op een ontbrekende wil, zoals duidelijk aanwezige contra-indicaties of evidente signalen die het slachtoffer heeft afgegeven en die de verdachte eventueel heeft genegeerd. Verder zal beoordeeld moeten worden of er stteunbewijs is, zoals sporen op het lichaam, camerabeelden of WhatsApp-berichten, Het zal ook steeds gaan om de vraag welke variant (schuld- of opzetaanranding) bewezen kan worden. Het gaat dan om een verschil in de mentale houding van de verdachte ten aanzien van het ontbreken van de wil bij de ander. Wanneer verklaringen van de verdachte of van getuigen geen inzicht geven over wat destijds in de verdachte is omgegaan, dan zal de rechter diens vaststellingen daarover in de kern moeten baseren op de uiterlijke verschijningsvorm van de (interactie tussen) gedragingen van de verdachte en gedragingen van de ander alsook de overige omstandigheden waaronder die gedragingen zijn verricht en wat daaruit naar algemene regels valt af te leiden. Hier is dus een grotere rol voor een gespecialiseerde zedenadvocaat weggelegd. Bij opzetaanranding zal het met name gaan om de vraag of er sprake is van voorwaardelijk opzet. Mede in het licht van die context kunnen bepaalde gedragingen van de verdachte zo zeer wezenlijke onverschilligheid ten aanzien van de wil tot seksueel contact bij de ander uitdrukken, dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de mogelijkheid van een ontbrekende wil voor lief heeft genomen. Denk aan het doorzetten van seksueel contact nadat de ander “nee” of “ik wil dit niet” tegen diegene heeft gezegd. Het voor de opzetvariant vereiste opzet zal doorgaans op de hiervoor geschetste indirecte wijze moeten worden vastgesteld. Tegelijk heeft de schuldvariant juist ook een zekere vangnetfunctie voor gevallen van zeer laakbaar seksueel gedrag waarbij de rechter van oordeel is dat opzettelijk handelen niet is bewezen; ook dan is voorzien in een adequate vorm van strafrechtelijke bescherming'.

Ontucht kind/minderjarige

De strafbaarstelling van ontucht met een kind is elders geregeld.
  • aanranding van kind < 12 jaar: artikel artikel 249 Sr
  • aanranding van kind 12 - 16 jaar: artikel 247 Sr.
  • aanranding van kind 16 - 18 jaar: artikel 245 Sr

Politieverhoor aanranding

Wanneer u een uitnodiging hebt ontvangen voor een verhoor bij de politie wegens de verdenking van aanranding is het erg belangrijk dat u zich goed op dit politieverhoor voorbereidt. Wij adviseren u daarom ter voorbereiding op dit verhoor de informatiebrochure 'ontucht' te bestellen. In de informatiebrochure worden alle mogelijke verweren voor ontucht besproken en verder uitgelegd aan de hand van het wettelijk kader en de jurisprudentie. Na het lezen van de brochure weet u precies wat u wel en niet kunt verklaren wanneer u op verhoor bij politie moet verschijnen. > Informatiebrochure ontucht

Advocaat nodig?

Indien u wordt verdachte van ontucht c.q. feitelijke aanranding, is het advies om in een zo vroeg mogelijk stadium een advocaat te raadplegen, bij voorkeur wanneer u een uitnodiging voor een verhoor op het politiebureau hebt ontvangen, of wanneer u vreest dat u binnenkort aangehouden kunt worden. Met de advocaat kunt u dan alvast de te voeren verdedigingsstrategie bespreken, en in overleg bepaalt u wat u bij de politie mag verklaren en wat niet. Ook wanneer u een dagvaarding hebt ontvangen voor een zitting, is de rechtsbijstand van een advocaat echt nodig. In dit soort zaken wordt u gedagvaard om te verschijnen voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank. Hier worden de ingewikkeldere en zwaardere strafzaken behandeld, en de zaken waarvoor een langdurige gevangenisstraf kan worden opgelegd. Wanneer u uw strafzaak bij ons aanmeldt, via het daartoe bestemde aanmeldingsformulier, zullen wij u direct doorverwijzen naar een gespecialiseerde zedenadvocaat, zodat u verzekerd bent van deskundige rechtsbijstand. De bij ons netwerk aangesloten advocaten hebben ruime kennis en ervaring met zedenzaken, waardoor ze precies weten wat voor u de beste verdedigingsstrategie is. Via Zedenadvocaat.nl bent u niet alleen verzekerd van deskundige rechtsbijstand, maar weet u ook zeker dat u nooit teveel betaalt. Onze advocaten zijn bereid om u ook pro deo bij te staan, mits u daarvoor in aanmerking komt gelet op de wettelijk vastgestelde inkomensgrenzen. U hoeft dan uitsluitend een geringe eigen bijdrage te betalen. Voor wie niet in aanmerking komt voor een pro deo advocaat, hebben wij met de bij ons netwerk aangesloten advocaten speciale prijsafspraken gemaakt, waardoor ze u kunnen bijstaan op basis van een extra voordelig honorarium. Dit speciale voordeeltarief geldt alleen na doorverwijzing via onze website en is niet geldig in combinatie van andere acties.
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden
Privacyverklaring

StrafrechtadvocatenNetwerk.nl is de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens zoals weergeven in deze privacyverklaring.  Alle informatie over welke persoonsgegevens StrafrechtadvocatenNetwerk.nl verwerkt en hoe wij hier op een correcte manier mee omgaat, zullen wij hierna uitleggen. .

Door gebruik te maken van de website en diensten van StrafrechtadvocatenNetwerk.nl gaat u ermee akkoord dat deze privacyverklaring van toepassing is op alle door StrafrechtadvocatenNetwerk.nl verwerkte persoonsgegevens.

StrafrechtadvocatenNetwerk.nl behoudt zich het recht voor om deze privacyverklaring te allen tijde te wijzigen.

1. Toepasbaarheid

Deze privacyverklaring geldt voor alle bezoeken van de websites van StrafrechtadvocatenNetwerk.nl en in het bijzonder voor de via de websites achtergelaten persoonsgegevens door gebruikmaking van het zaakaanmeldingsformulier en het contactformulier.

2. Persoonsgegevens 

StrafrechtadvocatenNetwerk.nl verwerkt de volgende persoonsgegevens:

    • Identificatie- en contactinformatie: naam, voornaam, adres en woonplaats, e-mailadres, telefoonnummer, geslacht, geboortedatum, geboorteplaats en BSN;
    • Andere gegevens die door u zelf uitgewisseld, gecommuniceerd en gedeeld worden via de website of via de e-mail.
    • Wanneer u gebruik maakt van de website kan de volgende informatie verwerkt worden:
      • – bezochte pagina’s,
      • – zoekopdrachten
      • – IP-adres door middel van cookies
      • – gegevens die u zelf invoert op de website

3. Doel gegevensverwerking

Uw persoonsgegevens worden enkel verwerkt met als doel om deze door te sturen naar een bij StrafrechtadvocatenNetwerk.nl aangesloten advocaat of advocatenkantoor, die vervolgens met u contact op zal nemen om de zaak te bespreken en u een aanbieding te doen om rechtsbijstand te verlenen en/of u te adviseren.

Daarnaast analyseert StrafrechtadvocatenNetwerk.nl gegevens over uw gebruik van de websites, waarbij ook het surfgedrag kan worden beoordeeld, waarbij ook trackingcookies gebruikt worden.

4. Rechtsgrond van de verwerking

StrafrechtadvkcatenNetwerk.nl verwerkt persoonsgegevens op basis een stilzwijgende overeenkomst bij gebruikmaking van de websites.

5. Bewaring van persoonsgegevens

StrafrechtadvocatenNetwerk.nl bewaart uw gegevens niet langer dan noodzakelijk voor de verwerking ervan, voor zover dat nodig is om u in contact te brengen met een advocaat. Alle aanmeldingen worden binnen 14 dagen na ontvangst verwijderd.

6. Persoonsgegevens delen 

Uw persoonsgegevens worden uitsluitend gedeeld in overeenstemming met deze privacyverklaring met als doel om u in contact te brengen met een aangesloten advocaat of advocatenkantoor.

7. Uw rechten

U heeft het recht tot inzage, rectificatie en verwijdering van persoonsgegevens. Ook kunt u bezwaar maken tegen het gebruik van uw gegevens of vragen dit gebruik te beperken. U kunt hiervoor mailen naar info@strafrechtadvocatennetwerk.nl.