Wanneer corrumperen van kinderen (248b Sr)

De centrale delictsgedraging in art. 248d Sr (corrumperen van kinderen) is het kind ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen.

Corrumperen van kinderen in de wet

Het corrumperen van kinderen is strafbaar gesteld in artikel 248d Sr. Dit artikel luidt:

"Hij die een persoon van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe beweegt getuige te zijn van seksuele handelingen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie."

Ontuchtige handelingen bij corrumperen van kinderen
Volgens de wetgever wordt met ‘seksuele handelingen’ tevens gedoeld op ontuchtige handelingen. Wat de in art. 248d Sr bedoelde ‘seksuele handelingen’ betreft, is in de feitenrechtspraak aangenomen dat daarvan sprake van is in de volgende situaties:

  • wanneer de verdachte naakt gemeenschap heeft met een derde
  • wanneer de verdachte naakt schijnbaar gemeenschap heeft met een derde (Rb. Zutphen 24 april 2012, ECLI:NL:RBZUT:2012:BW3742 en ECLI:NL:RBZUT:2012:BW3735)
  • wanneer de verdachte zichzelf aftrekt (Rb. Den Haag 27 september 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8650; Rb. Noord‐Nederland 1 februari 2013, ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ9651; Hof Arnhem‐Leeuwarden 8 mei 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:CA3968; Rb. Gelderland 31 mei 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:1421; Amsterdam 12 juli 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:4227; Rb. Noord‐Nederland 27 maart 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:1099; Rb. Midden‐Nederland 13 december 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:7818; Rb. Noord‐Nederland 31 januari 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:479; Rb. Midden‐Nederland 12 december 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:6945; Rb. Oost‐Brabant 28 januari 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:378 )
  • wanneer de verdachte zijn ontblote penis vastpakt (Rb. Den Haag 29 april 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3371.)

Het enkel tonen van de ontblote penis wordt door de rechter onvoldoende bevonden (Rb. Midden‐Nederland 5 maart 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1007. Zie voorts impliciet: Rb. Leeuwarden 1 juli 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ9598)

Blijkens de wetsgeschiedenis van artikel 248d Sr is van dit ‘ontuchtig oogmerk’ sprake als de verdachte voor haar eigen seksueel gerief een jeugdige aanwezig laat zijn bij seksuele handelingen, dan wel indien de verdachte beoogt daardoor het kind zodanig te beïnvloeden dat dit in de toekomst eerder geneigd zou zijn in te stemmen met het ondergaan van ontuchtige handelingen.

Het artikel 248d Sr geeft uitvoering aan de in artikel 22 van het Verdrag opgenomen verplichting tot strafbaarstelling van het corrumperen van kinderen. Onder het corrumperen van kinderen wordt verstaan het opzettelijk een kind laten aanschouwen van seksuele handelingen voor seksuele doeleinden. Het begrip «for sexual purposes», in de Nederlandse vertaling «voor seksuele doeleinden», wordt in de delictsomschrijving van artikel 248d Sr geduid met het bestanddeel «ontuchtig oogmerk». Daarmee is aangesloten bij de systematiek van het Wetboek van Strafrecht. 

Ertoe bewegen

Art. 248d Sr eist voorts dat de verdachte de jeugdige ‘ertoe beweegt’ getuige te zijn van de seksuele handelingen. Op basis van de wetsgeschiedenis kunnen we vaststellen dat de wetgever hierbij een ‘actieve gedraging’ op het oog heeft, maar dat over nadere eigenschappen van deze gedraging weinig is gezegd. Zowel de context van de wetsgeschiedenis als de gekozen bewoordingen (‘ertoe bewegen’) bieden argumenten om aan te nemen dat sprake moet zijn van een psychische causaliteit; de jeugdige moet zijn overgehaald om te kijken. Uit de rechtspraak volgt dat op specifieke wijze de aandacht van de jeugdige moet zijn getrokken:

Geen contact tussen verdachte en slachtoffer
Rb. Den Haag 8 augustus 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:10633
De rechtbank stelt op grond van deze verklaring van verdachte, die niet strijdig is met de aangifte en (de beschrijving en de afdrukken van) de camerabeelden, vast dat er voorafgaand aan of tijdens de seksuele handelingen van verdachte geen sprake is geweest van enige vorm van contact tussen verdachte en het slachtoffer. Het slachtoffer is in feite tot tweemaal toe vanuit het niets geconfronteerd met verdachte die zijn geslachtsdeel heeft getoond en zich heeft afgetrokken. Dit leidt tot de gevolgtrekking dat het tenlastegelegde bestanddeel ‘ertoe bewegen’ niet kan worden bewezen. Het feit dat verdachte na de eerste confrontatie achter het slachtoffer is aangefietst, maakt dat niet anders. Niet is gebleken dat van het volgen met de fiets een (stilzwijgende) uitnodiging naar het slachtoffer is uitgegaan om (opnieuw) getuige te zijn van seksuele handelingen.

Enkel stoppen met auto en tonen penis
Rb. Midden‐Nederland 17 juni 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:2479
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat dat verdachte [slachtoffer 3] ertoe heeft bewogen getuige te zijn van zijn seksuele gedragingen. De rechtbank overweegt daartoe dat hiervoor actieve handelingen zijn vereist die erop gericht dienen te zijn om de minderjarige getuige te doen zijn van zijn seksuele gedragingen. Het enkel door verdachte stoppen van zijn auto op een paar meter afstand van de meisjes, met een geopend bijrijdersraam, terwijl hij zijn ontblote penis betast, is daarvoor naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende.

Soms wordt gezegd dat dit een te beperkte uitleg is van de wet, nu de jeugdige niet verstoken blijft van bescherming omdat ook andere delicten, zoals art. 239 Sr, van toepassing kunnen zijn.

Geen bewijs aandacht trekken
Rb. Den Haag 22 juli 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8919
Uit de verklaringen van [getuige 4] en verdachte volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat verdachte door woord of gebaar getracht heeft de aandacht te trekken. van kinderen die op enige afstand – [getuige 4] schat 10 tot 20 meter – in de speeltuin speelden of voorbij kwamen fietsen. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet had om de spelende kinderen, die zich in zijn nabijheid bevonden, ertoe te bewegen getuige te zijn van zijn handelingen.

Niet gesproken, geroepen of gebaren gemaakt
Rb. Noord‐Nederland 25 november 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:5767
Uit de bewijsmiddelen valt niet af te leiden dat verdachte de slachtoffers heeft gesproken, heeft geroepen of gebaren naar hen heeft gemaakt en de slachtoffer hebben evenmin iets tegen hem gezegd. De rechtbank stelt derhalve vast dat er voorafgaand aan of tijdens de seksuele handelingen van verdachte geen sprake is geweest van enige vorm van contact tussen verdachte en de slachtoffers. Zij zijn in feite vanuit het niets geconfronteerd met verdachte die zijn geslachtsdeel heeft getoond en zich heeft afgetrokken.

Geen substantieel contact geweest
Rb. Den Haag 26 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2143
Het bestanddeel ‘ertoe bewegen’ impliceert een actieve gedraging die erop gericht is het kind getuige te doen zijn van seksuele handelingen. Hoewel de verdachte hierover niets heeft verklaard ‐ desgevraagd heeft hij verklaard dat hij zich dat niet kan herinneren ‐ hebben twee slachtoffertjes verklaard dat verdachte aan hen gevraagd zou hebben of zij ‘iets wilden zien en/of aanraken’. De rechtbank stelt vast dat de verdachte voorafgaand aan of tijdens het tonen van zijn geslacht de aandacht van de minderjarige slachtoffertjes heeft getrokken door hen aan te spreken. De rechtbank stelt op grond van hun verklaringen voorts vast dat de slachtoffertjes niet met de verdachte hebben gesproken, doch onmiddellijk zijn weggerend op het moment dat zij geconfronteerd werden met zijn ontblote geslacht. Behalve het aanspreken door de verdachte is voor het overige geen sprake geweest van enig substantieel contact tussen de verdachte en de slachtoffertjes. Zij zijn in feite vanuit het niets geconfronteerd met de verdachte die zijn geslachtsdeel heeft getoond, waarna zij direct zijn weggerend. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake is geweest van een ‘ertoe bewegen’ door verdachte.

CONCLUSIE:
Samengevat kunnen we stellen dat het enkel ostentatief verrichten van de seksuele handelingen niet voldoende is voor een veroordeling voor het corrumperen van kinderen. Er moet duidelijk individueel contact worden gezocht, waarbij in de zaak van de rechtbank Den Haag zelfs ‘substantieel contact’ wordt geëist en alleen de aandacht trekken door het aanspreken van de jeugdige die kwalificatie niet haalt.

 

Eigen seksueel gerief of beïnvloeding kind

Uit de jurisprudentie lijkt te kunnen worden opgemaakt dat het welbewust bewerkstelligen van de waarneming telkens voldoende is, maar dat is niet alles. Blijkens de wetsgeschiedenis van artikel 248d Sr is van ‘ontuchtig oogmerk’ pas sprake als de verdachte voor zijn eigen seksueel gerief een jeugdige aanwezig laat zijn bij seksuele handelingen, dan wel indien de verdachte beoogt daardoor het kind zodanig te beïnvloeden dat dit in de toekomst eerder geneigd zou zijn in te stemmen met het ondergaan van ontuchtige handelingen.

Toch is dat niet altijd het geval. In de uitspraak van de rechtbank Rotterdam 13 november 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9387 ging het om een moeder die haar kinderen getuige liet zijn van haar SM-spel. De rechtbank sprak vrij omdat zij dit deed ter bevordering van haar seksuele gerief, dan wel met de bedoeling de kinderen zodanig te beïnvloeden dat deze in de toekomst eerder geneigd zouden zijn in te stemmen met het ondergaan van ontuchtige handelingen.
Hetzelfde gebeurde in de uitspraak van de rechtbank Den Haag, 26 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2143.

“De rechtbank stelt voorop dat de verdachte met het tonen van zijn ontblote geslacht aan drie jonge meisjes, ongeacht zijn bedoeling hiermee, een sociaal‐ethische norm heeft overtreden. Kinderen zouden niet met zulke handelingen moeten worden geconfronteerd. De rechtbank dient echter vast te stellen of het hier gaat om een situatie waarin de wetenschap van de waarneming van de seksuele handelingen door de minderjarige meisjes, heeft bijgedragen aan het seksuele gerief van de verdachte. Hierbij dient de bedoeling van de wetgever niet uit het oog te worden verloren. De wetgever  kwalificeert het bepaalde in artikel 248d Sr als daadwerkelijk seksueel misbruik. Voor een dergelijke aanname heeft de rechtbank te weinig aanknopingspunten gevonden. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de aanwezigheid van de minderjarigen heeft bijgedragen aan het seksueel gerief van de verdachte, dan wel dat de verdachte handelde met de bedoeling de kinderen zodanig te beïnvloeden dat deze in de toekomst eerder geneigd zouden zijn in te stemmen met het ondergaan van ontuchtige handelingen.’”

 

Leeftijd

Uit de MvT blijkt dat artikel 248d Sr uitvoering geeft aan de in artikel 22 van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (het Verdrag) opgenomen verplichting tot strafbaarstelling van het corrumperen van kinderen. In Nederland geldt dit voor kinderen die nog niet de leeftijd van zestien jaren hebben bereikt.

Reële waarneming

Het bestanddeel ‘getuige zijn’ is beperkt tot het waarnemen van ‘reële handelingen’, zo volgt uit de wetsgeschiedenis. Hoewel niet blijkt wat daaronder volgens de wetgever precies moet worden verstaan, kunnen de opmerkingen daarover in de wetsgeschiedenis zo worden begrepen dat het moet gaan om een directe waarneming, dus zonder tussenkomst van een beeldscherm.

Tijdens de parlementaire behandeling de vraag ter sprake of het slachtoffer getuige dient te zijn van reële handelingen, of dat ook het waarnemen van bewegende of stilstaande beelden onder de bepaling kan worden gebracht. Samengevat is het antwoord van de minister dat art. 248d Sr alleen betrekking heeft op reële handelingen; voor schadelijke bewegende en stilstaande beelden bestaat art. 240a Sr. Gelet op de context van deze discussie kan dit antwoord betekenen dat ook waarnemingen via een live beeldverbinding volgens de wetgever buiten de reikwijdte van art. 248d Sr vallen.

Wanneer niet corrumperen van kinderen

Er zijn ook een groot aantal gevallen die niet vallen onder de reikwijdte van art. 248d Sr.

  • een onverhoedse confrontatie met seksuele handelingen; Dit valt eerder onder het bereik van art. 239 Sr. (schennispleging)
  • Live-videoverbindingen
Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden