Wanneer is er sprake van wederrechtelijk binnendringen?

Geplaatst op: 20 juni 2024

Ook het met de vingers komen tussen de schaamlippen van een vrouw wordt als seksueel binnendringen aangemerkt. Dit volgt uit o.a. een arrest van de Hoge Raad van 18 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6910..

Lees meer >


Onvoldoende bewijs voor verkrachting binnen relatie

Geplaatst op: 02 april 2024

Een ex-partner deed aangifte van verkrachting. Het bewijs was minimaal en bestond uit wat meldingen over geweldsincidenten binnen de relatie, een verklaring van getuigen over wat ze van aangeefster hadden gehoord en een Whatsapp-confrontatie waarop de verdachte reageerde ‘Ok, dan ben ik de bad-guy’. De rechtbank Zeeland West-Brabant vond dit duidelijk onvoldoende bewijs en sprak de verdachte vrij (Rb Zeeland, West-Brabant, 23 maart 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1852):

Lees meer >


De enkele aanwezigheid van een afhankelijkheidsrelatie levert niet zonder meer dwang op

Geplaatst op: 30 januari 2023

De enkele aanwezigheid van een afhankelijkheidsrelatie levert echter, ook in het licht van de jurisprudentie van de Hoge Raad (zie o.m. het arrest van 02-12-2003, NJ 2004, 78) niet zonder meer dwang op in de zin van de artikelen 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Voor een veroordeling ter zake van artikel 242 of 246 Sr is vereist dat komt vast te staan dat het slachtoffer binnen die afhankelijkheidsrelatie door bepaalde gedragingen van de verdachte is gedwongen de seksuele handelingen te ondergaan. Aan dat vereiste is in het onderhavige geval niet voldaan, nu uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden afgeleid door welke andere feitelijkheden in de zin van artikel 242 of 246 Sr aangeefster is gedwongen de handelingen te ondergaan. Een en ander is bovendien in de tenlastelegging anders dan de algemene bewoording van gebruikmaking van fysiek en psychisch overwicht ook niet feitelijk uitgewerkt (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8359).

Lees meer >


Groot leeftijdsverschil alleen is onvoldoende voor andere feitelijkheid / misbruik uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht

Geplaatst op: 07 februari 2019

Het feit dat er een groot leeftijdsverschil bestond, is op zichzelf onvoldoende is om vast te kunnen stellen dat dit een feitelijk overwicht oplevert, laat staan dat dit overwicht door cliënt actief is ingezet om [slachtoffer] tot seksuele handelingen te dwingen of te bewegen. In dat verband wordt verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Zwolle van 4 februari 2010 (LJN BL3209), waarin het ging om een vader die jarenlang seksuele handelingen had gepleegd bij zijn minderjarige dochter. De rechtbank kwam desalniettemin tot een vrijspraak van verkrachting:

‘Voorts staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte, door de vader/dochter-relatie en het leeftijdsverschil, feitelijk, fysiek en geestelijk overwicht had over aangeefster. Naar het oordeel van de rechtbank is uit de bewijsmiddelen echter niet gebleken van een situatie waarin verdachte, anders dan door het uitvoeren van de seksuele handelingen zelf, het overwicht actief heeft aangewend om aangeefster tot het ondergaan van de seksuele handelingen te dwingen. De rechtbank acht daarmee niet bewezen dat verdachte opzettelijk door dwingende feitelijkheden aangeefster tot het ondergaan van de seksuele handelingen heeft gebracht.’

Van hetzelfde laken een pak is HR 2 juni 2009, NJ 2009, 307. Het betrof toen een 15-jarig meisje dat gemasseerd werd door haar stiefvader, een voormalig sportmasseur. Het enkele leeftijdsverschil was onvoldoende voor het aannemen van psychische druk. Zie in dit verband ook nog HR 27 maart 2007, LJN AZ5707, NJ 2007, 288 m.nt. Reijntjes, waarin het feit dat er een feitelijk overwicht bestond door de relatie opa-kleinkind, onvoldoende was om dwang in de zin van art. 242 Sr aan te kunnen nemen. Het betrof een opa en een 12-jarig kind.”

Lees meer >


erkrachting door feitelijkheden: familierelatie, leeftijdsverschil, onverhoeds en gebiedend handelen

Geplaatst op: 10 januari 2019

Verkrachting kan ook op bepaalde feitelijkheden worden gebaseerd, waaruit dan de dwang kan worden afgeleid. In deze zaak ging het om een familierelatie tussen de verdachte en aangeefster, het leeftijdsverschil, het onverhoeds handelen en het gebiedend handelen (Rb Den Haag, 26 september 2019, NL:RBDHA:2018:11478).

Lees meer >


Geen bewijs verkrachting ondanks overhalen tot seks

Geplaatst op: 17 september 2017

Geregeld zien wij strafzaken, waarbij de aangeefster twijfelt over het hebben van seks, maar uiteindelijk toch door de verdachte wordt overgehaald om seks te hebben met hem. Later krijgt de aangeefster dan spijt van het seksueel contact en doet aangifte van verkrachting. Het achteraf spijt krijgen, is echter onvoldoende voor een bewezenverklaring van verkrachting. Voor verkrachting is vereist dat uit de bewijsmiddelen blijkt  dat het verdachte duidelijk moet zijn geweest dat aangeefster die seksuele handeling tegen haar zin onderging (Rb Arnhem, 27 februari 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BV8307).

Lees meer >


Pollepel-arrest; ander dwingen pollepel bij zichzelf in te brengen levert geen verkrachting op

Geplaatst op: 31 augustus 2017

De Hoge Raad besliste in het zogenaamde pollepel-arrest dat het geval waarin iemand gedwongen wordt bij zichzelf een pollepel en het heft van een mes in de eigen anus te brengen en heen en weer te bewegen, niet voldoet aan de wettelijke bestanddelen van verkrachting (art. 242 Sr). Volgens de Hoge Raad kan uit het wetgevingstraject dat onder meer leidde tot de aanpassing van art. 242 Sr in 1991, niet worden afgeleid dat de wetgever de reikwijdte van art. 242 Sr ook in die zin heeft willen verruimen dat daaronder tevens seksuele handelingen zouden vallen die zijn gepleegd door een ander dan degene die de dwang heeft uitgeoefend.

Voor verkrachting in strafrechtelijke zin is volgens de Hoge Raad vereist dat de degene die de dwang uitoefent ook degene is die de binnendringende handeling verricht

Lees meer >


Vrijspraak voor verkrachting ex-vriendin

Geplaatst op: 16 mei 2017

Vrijspraak vanwege verkrachting van de ex-vriendin. Dat is de uitkomst van de zaak die diende bij de rechtbank Noord-Nederland, 13 april 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1407. Aangeefster had verklaard dat zij was gedwongen om haar ex-vriend te pijpen. De man ontkende echter en gaf aan dat zij misschien wel emotioneel was geweest naderhand, maar dat dat was omdat hij de relatie kort daarvoor had verbroken. De rechtbank had niet de overtuiging en sprak de verdachte vrij.

Lees meer >


Verzonnen verkrachting, aanranding, seksueel misbruik

Geplaatst op: 19 augustus 2016

Regelmatig komt het voor dat iemand volkomen ten onrechte wordt beschuldigd van verkrachting, aanranding of seksueel misbruik. Een dergelijke beschuldiging wordt verzonnen uit wraak, jaloezie, of andere redenen. Zedendelicten, zoals verkrachting, aanranding en seksueel misbruik zijn ernstige feiten waarop hoge straffen zijn gesteld. Het is dus belangrijk dat uiteindelijk de waarheid boven water kan worden gehaald. Alleen via een zeer kritische en harde ondervraging tijdens een getuigenverhoor kan een advocaat aantonen dat de verkrachting is verzonnen door tegenstrijdigheden die aan het licht komen tijdens de ondervraging tijdens het getuigenverhoor. Het is belangrijk dat u hierbij wordt bijgestaan door een ervaren advocaat met veel kennis en ervaring in verhoortechnieken in verkrachtingszaken.

Lees meer >


Memorie van Toelichting bij toestand van verminderd bewustzijn

Geplaatst op: 04 februari 2016

Volgens vaste jurisprudentie is sprake van dwang indien de verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer het seksuele binnendringen tegen haar of zijn wil heeft ondergaan (HR 29 november 1994, NJ 1995, 201, HR 24 maart 1998, NJ 534, en HR 3 november 1998, NJ 1999, 125).

Seksueel binnendringen omvat ieder binnendringen (genitaal, oraal en anaal) en ook het binnengedrongen houden (HR 22 februari 1994, NJ 379, en HR 3 november 1998, NJ 1999, 125).
(..)
Gelet op de aldus door de wetgever beoogde reikwijdte van artikel 242 Sr. kan de toepasselijkheid van die bepaling dan ook niet afhankelijk worden gesteld van de wijze waarop het lichaam is binnengedrongen en de aard en de ernst daarvan, nog daargelaten dat een dergelijke differentiatie op gespannen voet zou staan met de eisen die vanuit een oogpunt van rechtszekerheid aan de afgrenzing van de desbetreffende strafbepaling moeten worden gesteld (HR 21 april 1998, NJ 781). De subjectieve beleving van de dader onderscheidenlijk van het slachtoffer kan van belang zijn voor de vraag of er sprake is geweest van seksueel binnendringen, doch is hiervoor niet beslissend in die zin dat van verkrachting geen sprake zou kunnen zijn indien de dader niet bij (door) de desbetreffende handeling(en) bepaalde seksuele gevoelens heeft ondervonden onderscheidenlijk het slachtoffer die handelingen niet als seksueel heeft ervaren (HR 2 mei 1995, NJ 583).

De zaak van de verkrachting van een slapende vrouw die heeft geleid tot de uitspraak van de Hoge Raad van 24 maart 1998, betrof een uitzonderlijke casus, omdat het slachtoffer in een toestand van halfslaap misleid werd omtrent de identiteit van degene die met haar gemeenschap wenste en daardoor deze gemeenschap toeliet. Zij werd niet gedwongen en zij was niet onmachtig. Zij werd misleid in een toestand van verminderde bewustzijnstoestand.

Ik meen dat deze zaak een kleine leemte aan het licht heeft gebracht die door de wetgever moet worden opgevuld. Dat zou kunnen langs twee verschillende lijnen.

Lees meer >


Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden