Taakstrafverbod zedendelicten

In artikel 22b Sr. is een taakstrafverbod opgenomen. Dit houdt in dat de rechter in sommige gevallen geen kale taakstraf mag opleggen. De rechter is dan verplicht op een gevangenisstraf op te leggen.

Artikel 22b Sr (taakstrafverbod)

Artikel 22b Sr luidt:

“1. Een taakstraf wordt niet opgelegd in geval van veroordeling voor:

a. een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld en dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge heeft gehad; b. een van de misdrijven omschreven in de 240b,  248a, 248b, 248c en 250.

2. Een taakstraf wordt voorts niet opgelegd in geval van veroordeling voor een misdrijf indien:

1° aan de veroordeelde in de vijf jaren voorafgaand aan het door hem begane feit wegens een soortgelijk misdrijf een taakstraf is opgelegd, en 2° de veroordeelde deze taakstraf heeft verricht dan wel op grond van artikel 22g  de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis is bevolen.

3. Van het eerste en tweede lid kan worden afgeweken indien naast de taakstraf een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd.”

Alternatieven

De rechter mag wel een taakstraf opleggen naast een gevangenisstraf, Wanneer u in voorarrest hebt gezeten kan de rechter er dan voor kiezen om een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, en voor het overige een taakstraf, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechter mag ook enkel een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, of een geldboete, maar over het algemeen zal de rechter daar niet voor kiezen gelet op de ernst van een zedendelict.

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden