Beffen en vingeren kan verkrachting opleveren

Beffen en vingeren kunnen ook als verkrachting wordt gekwalificeerd wanneer bij die handelingen de grote en/of kleine schaamlippen worden gepasseerd: Dit volgt uit: HR 18 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6910. De Hoge Raad liet de bewezenverklaring van het hof in stand en overwoog:

“Gelet op hetgeen het Hof heeft vastgesteld m.b.t. de door verdachte verrichte handelingen, geeft zijn oordeel dat verdachte zijn dochter heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel is toereikend gemotiveerd.”

Het hof overwoog:

“Door en namens de verdachte is betoogd dat er geen sprake is geweest van verkrachting van [slachtoffer] aangezien er geen seksueel binnendringen door middel van penetratie heeft plaatsgevonden.
Het hof verwerpt het verweer.
[Slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte (haar vader) met zijn vingers ronddraaiende bewegingen over haar vagina en kittelaar heeft gemaakt, met zijn vingers over haar schaamlippen heeft gewreven en met zijn tong over en tussen haar schaamlippen en kittelaar is gegaan (politieproces-verbaal blz. 35 e.v.). De verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij [slachtoffer] twee maal heeft gebeft en dat hij daarbij met zijn tong over haar vagina en kittelaar is geweest. Ook heeft hij verklaard dat hij met zijn vingers tussen haar schaamlippen heeft gezeten (politieproces-verbaal blz. 56 e.v.). Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij [slachtoffer] twee maal heeft gebeft en over de schaamlippen heeft gestreeld.
In het zogeheten “Tongzoenarrest” van de Hoge Raad (HR 21 april 1998, NJ 1998, 781) is bepaald dat elke vorm van binnendringen in het lichaam met een seksuele strekking onder de reikwijdte van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht valt. Volgens de Hoge Raad dwingt de wetsgeschiedenis tot de opvatting dat de wetgever voor de toepassing van artikel 242 van genoemd wetboek geen beperking heeft willen aanbrengen in de wijze waarop het lichaam is binnengedrongen. Dat strookt met de bedoeling van de bepaling, namelijk het beschermen van de (seksuele) integriteit van het lichaam.
Ook ogenschijnlijk minder ernstige vormen van binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking kunnen als ingrijpende aantasting van de lichamelijke integriteit worden ervaren en kunnen even kwetsend zijn als gedwongen geslachtsgemeenschap.
Op grond van de verklaring van [slachtoffer] en die van verdachte, zoals hiervoor is weergegeven, is het hof van oordeel dat er bij het misbruik van [slachtoffer] sprake is geweest van het seksueel binnendringen van haar lichaam. (…)”

Dit is later nog eens bevestigd in HR 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3627:
“Uit HR LJN BZ2653 volgt dat het Hof het bewezenverklaarde wat betreft de tongzoen ten onrechte heeft gekwalificeerd als verkrachting. Dat geldt echter niet voor hetgeen door het Hof overigens is bewezenverklaard, omdat van die gedraging – het brengen en duwen van vingers tussen de schaamlippen – in redelijkheid niet kan worden gezegd dat die niet op één lijn kan worden gesteld met geslachtsgemeenschap of een wat betreft de ernst van de inbreuk op de seksuele integriteit daarmee vergelijkbare gedraging (vgl. HR LJN BK6910).”

Tenlastelegging

Wel is het van belang dat het likken op de juiste wijze ten laste is gelegd. Een zaak waarin dat niet is gebeurd is (rb rotterdam, 27 juli 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN3400).

“Hieruit volgt dat hooguit kan worden vastgesteld dat verdachte de vagina van aangeefster heeft gelikt, maar op basis van deze bewijsmiddelen is niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat verdachte zijn tong ook in de vagina van aangeefster heeft gebracht. Voor zover, zoals de officier van justitie in zijn requisitoir heeft betoogd, uit het arrest van de Hoge Raad van 18 mei 2010 (LJN: BK6910) in algemene zin al zou kunnen worden afgeleid dat het likken van de vagina seksueel binnendringen is, snijdt dat betoog ten aanzien van het als feit 1 subsidiair tenlastegelegde geen hout. Immers, niet ten laste is gelegd het likken van de vagina, maar het brengen van de tong in de vagina. Door de tenlastelegging op dit punt hiertoe te beperken, kan het niet tot een veroordeling komen van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.”

< Terug naar Meer informatie verkrachting
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden