Beroepsverbod bij zedendelict

Een officier van justitie kan de rechter bij zedendelicten ook verzoeken om een beroepsverbod op te leggen.

Beroepsverbod in de wet

Het beroepsverbod is geregeld in artikel 28 Sr:
De rechten waarvan de schuldige, in de bij de wet bepaalde gevallen, bij rechterlijke uitspraak kan worden ontzet, zijn:
1°. het bekleden van ambten of van bepaalde ambten;
2°. het dienen bij de gewapende macht;
(..)
5°. de uitoefening van bepaalde beroepen.

Wanneer beroepsverbod?

Een beroepsverbod kan alleen worden opgelegd indien iemand een misdrijf heeft begaan in de uitoefening van zijn ambt of beroep.

Uit de jurisprudentie volgt dat een beroepsverbod niet snel wordt opgelegd. Er moet minimaal sprake zijn van bijzondere omstandigheden, zoals

  • (ernstig) gevaar voor recidive,
  • duidelijke normoverschrijding binnen de beroepsgroep
  • ernstige feiten

Gevolgen beroepsverbod

Wanneer een beroepsverbod door de rechter is opgelegd, moet de veroordeelde zich hier echt aan houden. Het niet naleven van het beroepsverbod is namelijk opnieuw een strafbaar feit, waarop een straf staat van maximaal 6 maanden gevangenisstraf (zie artikel 195 Wetboek van Strafrecht).

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden